Vergelijking: verblijvingsbeding vs. legaat — wat is goedkoper bij overlijden?
Stel je voor: je hebt een huis. Je wilt dat het na jouw overlijden naar je partner gaat, of misschien wel naar je kinderen.
Maar hoe regel je dat slim? Je hebt twee belangrijke opties: een verblijvingsbeding of een legaat. Beiden regelen wie jouw spullen krijgen, maar ze werken heel anders.
En ja, het gaat hier om echt geld. Want hoe je het regelt, bepaalt hoeveel erfbelasting (vroeger successierechten) je nabestaanden straks moeten betalen.
Dus, wat is nu echt goedkoper? Laten we het helder en simpel uitzoeken, zonder ingewikkeld gedoe.
Wat is een verblijvingsbeding?
Een verblijvingsbeding is een clausule in een samenlevingscontract of huwelijkse voorwaarden. Het is een soort wisseltruc met spullen.
Stel, jij en je partner kopen samen een huis. Jullie zetten in het contract dat als één van jullie overlijdt, het huis automatisch naar de langstlevende partner gaat. Het is dus een afspraak die direct werkt op het moment van overlijden.
Het huis "blijft" bij de achterblijver. Vandaar de naam: verblijvingsbeding.
Het grote voordeel? Het is snel geregeld. De langstlevende partner wordt direct eigenaar.
Er is geen notaris nodig op het moment van overlijden om de boel over te dragen. Het voelt soepel en direct. Maar let op: dit werkt alleen voor spullen die jullie samen hebben en waar dit beding op van toepassing is.
Wat is een legaat?
Een legaat is iets anders. Een legaat is een wilsbeschikking in een testament.
Je geeft via je testament aan dat een specifiek stuk van je erfenis naar iemand gaat. Bijvoorbeeld: "Ik legateer mijn auto aan mijn neef." Of: "Ik legateer het huis aan mijn partner." Belangrijk verschil: een legaat werkt pas na je overlijden.
Het is geen automatische wisseltruc tijdens je leven, maar een opdracht aan je erfgenamen. Je erfgenamen moeten het huis of de spullen dan aan de genoemde persoon geven.
Voor een huis betekent dit vaak dat de erfgenamen (bijvoorbeeld de kinderen) eigenaar worden, maar ze moeten het huis direct overdragen aan de begunstigde van het legaat.
Dit vereist meestal een notaris om de overdracht te regelen.
Hoe zit het met de erfbelasting?
Hier gaat het om de centen. De erfbelasting (successierechten) is een belasting die je nabestaanden betalen over de erfenis die ze ontvangen.
De Belastingdienst rekent dit uit. Het tarief hangt af van de relatie tot de overledene en de hoogte van de erfenis. Er is een belangrijk verschil in hoe de Belastingdienst naar een verblijvingsbeding en een legaat kijkt.
En dat bepaalt direct de kosten. Hier schuilt een addertje onder het gras.
De fiscale valkuil van het verblijvingsbeding
Als je een verblijvingsbeding gebruikt, ziet de Belastingdienst het huis soms nog steeds als deel van jouw nalatenschap. Zeker als het huis op jouw naam staat en je partner het via het beding krijgt. De inspecteur kan stellen: dit huis hoort bij de erfenis. De langstlevende partner erfde het huis via het beding, dus daarover moet erfbelasting worden betaald.
Maar er is een uitzondering. Als het huis in gemeenschap van goederen is gekocht, en het verblijvingsbeding hierop ziet, telt het huis vaak niet mee als volledige erfenis van de overledene.
De langstlevende partner had al een aandeel. Toch blijft het een grijs gebied. De Belastingdienst kan hier streng kijken.
Het kan leiden tot onverwachte aanslagen. Vooral als het huis veel waard is geworden.
Stel, het huis is € 400.000 waard. De partner krijgt het via het verblijvingsbeding. De inspecteur ziet dit als een erfenis van € 200.000 (de helft).
Over dit bedrag betaal je erfbelasting. Het tarief voor partners is gunstig (circa 10% tot 20% tot een ton), maar het kan flink oplopen.
Hoe werkt een legaat fiscaal?
Bij een legaat is het helderder. Je testament regelt wie wat krijgt.
Als je in je testament schrijft: "Ik legateer mijn huis aan mijn partner", dan is dit duidelijk. De erfgenamen (bijvoorbeeld de kinderen) krijgen de rest van de erfenis. De partner krijgt het huis via het legaat.
De erfbelasting wordt berekend over de waarde die iedereen krijgt. De partner betaalt erfbelasting over de waarde van het huis.
De kinderen betalen over hun deel. Het voordeel van een legaat is de duidelijkheid. Er is geen discussie met de Belastingdienst over wat er nu precies wordt geërfd. Het testament is leidraad.
Maar let op: een legaat kost geld. De notaris moet het testament opmaken en na overlijden de overdracht regelen.
Notariskosten lopen snel op, vaak enkele honderden tot duizenden euro's. Dit telt mee in de totale kosten.
Wat is nu goedkoper?
De hamvraag: welke optie levert de minste kosten op? Het antwoord hangt af van je situatie.
Als je een eenvoudige situatie hebt en alleen een huis deelt met je partner, kan een verblijvingsbeding goedkoper zijn. Geen extra notariskosten na overlijden. De overdracht is automatisch. Als de Belastingdienst het huis niet volledig als erfenis ziet, bespaar je op erfbelasting.
Maar de risico's zijn groot. De Belastingdienst kan het huis alsnog als erfenis zien.
Dan betaal je alsnog erfbelasting, plus je hebt geen testament om andere zaken te regelen.
Dit kan duurder uitpakken. Een legaat via een testament is vaak veiliger en duidelijker. Je weet precies wie wat krijgt.
De erfbelasting wordt correct berekend. De notariskosten zijn wel hoger.
Een testament kost geld. Maar het voorkomt fouten en discussies met de Belastingdienst. In veel gevallen is dit uiteindelijk goedkoper, zeker bij grotere erfenissen.
Voor kleine erfenissen kan een verblijvingsbeding voordeliger zijn. Geen notariskosten, snelle overdracht.
Maar bij een huis met veel overwaarde is een legaat vaak verstandiger. Je betaalt dan wel notariskosten, maar je voorkomt dure fiscale problemen.
Praktische voorbeelden
Laten we een rekenvoorbeeld bekijken. Stel, een stel heeft een huis van € 300.000.
Ze hebben een verblijvingsbeding in hun samenlevingscontract. Een van hen overlijdt. De langstlevende krijgt het huis.
De Belastingdienst ziet dit als een erfenis van € 150.000. Erfbelasting voor partners: over de eerste € 100.000 ongeveer 10%, over de rest 20%.
Dat is circa € 25.000 belasting. Plus eventuele notariskosten voor het regelen van de overdracht. Met een legaat in een testament: je legateert het huis aan je partner.
De erfgenamen (kinderen) krijgen de rest. De partner betaalt over € 150.000 erfbelasting, hetzelfde bedrag.
Maar je hebt een testament nodig (kosten € 500-€ 1000). En na overlijden moet de notaris de overdracht regelen (kosten € 500-€ 1000).
Totaal kosten: € 1000-€ 2000 extra. Maar je hebt wel zekerheid. Als de Belastingdienst het verblijvingsbeding niet accepteert, kan de belastingaanslag hoger uitvallen. Bijvoorbeeld als er geen sprake is van gemeenschap van goederen.
Dan betaal je over het volle bedrag erfbelasting. Dit kan duizenden euro's schelen.
Wanneer kies je wat?
Kies voor een verblijvingsbeding als:
- Je een eenvoudige erfenis hebt.
- Je alleen een huis deelt met je partner.
- Je geen kinderen hebt of je kinderen zijn al volwassen en akkoord.
- Je wilt besparen op notariskosten.
Kies voor een legaat als:
- Je een complexe erfenis hebt (bijvoorbeeld kinderen uit een eerder huwelijk).
- Je huis veel overwaarde heeft.
- Je zeker wilt weten dat de Belastingdienst geen problemen maakt.
- Je andere zaken wilt regelen, zoals wie je auto krijgt of wie je zorg taken overneemt.
Conclusie
Benieuwd naar de vergelijking tussen een verblijvingsbeding en legaat? Er is geen eenduidig antwoord.
Het hangt af van je persoonlijke situatie. Een verblijvingsbeding is vaak sneller en goedkoper, maar risicovoller. Een legaat is duidelijker en veiliger, maar kost meer vooraf.
Als je huis veel waard is en je wilt geen risico lopen, kies voor een legaat via een testament.
De notariskosten zijn een kleine prijs voor de zekerheid. Als je situatie simpel is, kan een verblijvingsbeding prima werken. Raadpleeg altijd een notaris of fiscaal adviseur.
Zij kunnen je situatie doorrekenen. Zo voorkom je verrassingen en betaal je niet te veel.
Denk eraan: regel je zaken op tijd. Een goed testament of een slim verblijvingsbeding bespaart je nabestaanden geld en stress.
En dat is wat telt.
