Samenlevingscontract en kinderopvangtoeslag: wat verandert er?
Je staat er misschien niet elke dag bij stil, maar als je een samenlevingscontract hebt en kinderen naar de opvang brengt, speelt er iets ingewikkelds op de achtergrond.
Het gaat om geld, regels en de manier waarop de Belastingdienst naar jouw gezinssituatie kijkt. Sinds 2024 is de manier waarop de kinderopvangtoeslag wordt berekend drastisch veranderd.
Dit raakt direct de portemonnee van ouders die samenwonen zonder getrouwd te zijn. In dit artikel leggen we, zonder ingewikkelde juridische taal, precies uit wat er speelt, wat de ‘woon- en inkomenstoets’ betekent en hoe je hier als ouder het beste mee om kunt gaan.
Samenwonen zonder trouwen: De basis van een contract
Een samenlevingscontract is eigenlijk een soort huwelijkscontract, maar dan zonder het trouwboekje.
Het is een afspraak tussen jou en je partner over hoe jullie zaken regelen. Denk aan de woning, spullen, spaargeld en eventuele schulden.
Als je niet getrouwd bent, ben je in Nederland wettelijk gezien geen ‘partners’ voor de Belastingdienst, tenzij je een contract hebt. Zonder dit contract wordt er vaak vanuit gegaan dat je financieel gezien gewoon huisgenoten bent. Dit contract is dus cruciaal, niet alleen voor het geval de liefde overgaat, maar ook voor fiscale zaken zoals toeslagen.
De kinderopvangtoeslag: Een korte opfrisser
De kinderopvangtoeslag is een bijdrage van de overheid om de hoge kosten van kinderdagverblijven, gastouders en buitenschoolse opvang te drukken. Het doel is simpel: ouders moeten kunnen werken of studeren zonder dat de opvang hun hele budget opslokt.
De hoogte van de toeslag hangt af van twee dingen: het inkomen van je gezin en de kosten van de opvang.
Hoe lager je inkomen, hoe meer toeslag je krijgt. In 2024 is het maximumbedrag voor een kind bij een gastouder €862,61 per maand. Voor een kinderdagverblijf ligt dit bedrag lager, afhankelijk van de leeftijd van het kind. Er geldt altijd een eigen bijdrage, die maximaal €115 per maand is.
De grote verandering: De woon- en inkomenstoets
Hier begint het echt te veranderen. In 2024 is de ‘woon- en inkomenstoets’ ingevoerd.
Dit is een nieuwe manier van kijken naar wie er recht heeft op toeslag. Vroeger keek de Belastingdienst naar het totale inkomen van het huishouden. Als je een samenlevingscontract had, werden beide inkomens bij elkaar opgeteld om de toeslag te berekenen.
Dat was helder, maar volgens de overheid soms te royaal. Met de nieuwe toets wordt er specifiek gekeken naar het inkomen van de partner die de toeslag aanvraagt.
Dit betekent dat de Belastingdienst nu individualistischer gaat rekenen. Stel: jij vraagt de toeslag aan, maar je partner verdient meer. Onder de nieuwe regels telt dat hogere inkomen van je partner niet meer automatisch mee voor de berekening van jóúw toeslag. De overheid wil hiermee voorkomen dat gezinnen met een hoog totaalinkomen toch toeslag krijgen.
Hoe werkt deze toets in de praktijk?
De impact is groot, vooral voor stellen met een samenlevingscontract. De Belastingdienst gaat ervan uit dat partners financieel verantwoordelijk zijn voor elkaar en de kinderen, maar bij de toeslagberekening telt nu alleen het inkomen van de aanvrager.
Stel je voor: Jan en Marie hebben een samenlevingscontract. Jan werkt fulltime en verdient €60.000 per jaar. Marie werkt drie dagen en verdient €30.000.
Zij vraagt de kinderopvangtoeslag aan. Onder de oude regels werd het gezamenlijke inkomen van €90.000 bekeken.
Onder de nieuwe regels kijkt de Belastingdienst alleen naar Marie’s inkomen van €30.000. Op het eerste gezicht lijkt dit gunstig, want een lager inkomen betekent meer toeslag. Echter, de nieuwe regels zijn strenger op het gebied van samenwonen en bewijslast.
De crux zit ‘m in de voorwaarde dat je daadwerkelijk samenwoont en financieel verantwoordelijk bent. Als je een zorgplichtbepaling in je samenlevingscontract hebt opgenomen, word je vaak gezien als één huishouden.
Maar de berekening van het recht op toeslag wordt nu dus ‘vertekend’ omdat er niet meer standaard het totaalplaatje wordt bekeken. Dit leidt soms tot situaties waarin de toeslag lager uitvalt dan verwacht, of juist complexe administratie vereist.
De inkomensgrenzen: Wat mag je verdienen?
Om te bepalen of je recht hebt op toeslag en hoe hoog deze is, hanteert de Belastingdienst inkomensgrenzen.
- Maximaal inkomen: Tot een inkomen van ongeveer €48.000 (bruto) heb je recht op kinderopvangtoeslag. Daarboven stopt de toeslag volledig.
- Volledige toeslag: Bij een inkomen tot ongeveer €36.000 per jaar heb je recht op de maximale toeslag (afhankelijk van de opvangkosten).
- Tussenin: Zit je tussen de €36.000 en €48.000? Dan bouwt de toeslag geleidelijk af.
Deze zijn voor 2024 als volgt: Belangrijk om te weten: het inkomen wordt berekend op basis van je bruto-inkomen vóór belastingen. Dit betekent dat je loonstrookje bepalend is, niet het bedrag dat uiteindelijk op je rekening komt. Ook inkomsten uit een uitkering of een eigen bedrijf tellen mee.
De impact op verschillende gezinssituaties
De nieuwe regels treffen niet iedereen op dezelfde manier. Vooral gezinnen met een samenlevingscontract moeten opletten.
Samenwoners met een contract
Als je een samenlevingscontract hebt, ben je financieel verbonden. De Belastingdienst ziet jullie als één huishouden. Onder de nieuwe toets betekent dit dat er streng wordt gecontroleerd of jullie financiële situatie klopt met de aanvraag, zeker als het gaat om de rol van het samenlevingscontract bij de aangifte erfbelasting.
Samenwoners zonder contract
Als je inkomen laag is, maar je partner heeft een hoog inkomen en jullie delen de kosten, kan de Belastingdienst soms moeilijk doen over de hoogte van de toeslag. Het is nu extra belangrijk om bij een samenlevingscontract en kinderbijslag de afspraken duidelijk te laten aansluiten bij de werkelijkheid.
De eenoudergezinnen
Heb je geen samenlevingscontract? Dan wordt het lastiger.
De Belastingdienst kan jullie alsnog als ‘fiscale partners’ zien als je samenwoont en kinderen hebt, maar de bewijslast ligt nu hoger. Zonder contract is het soms moeilijker om aan te tonen dat je financieel gescheiden bent, wat kan leiden tot onduidelijkheid over de toeslag. Voor ouders die alleen staan (geen partner, geen samenlevingscontract) verandert er weinig. Zij vallen buiten de woon- en inkomenstoets voor partners. Zij moeten wel oppassen dat ze niet per ongeluk samenwonen met een nieuwe partner zonder dit te melden, want dat kan direct gevolgen hebben voor de toeslag.
Uitdagingen en valkuilen
De invoering van de woon- en inkomenstoets zorgt voor de nodige hoofdbrekens. Hier zijn de grootste pijnpunten:
- Complexiteit van de berekening: Het is voor veel ouders lastig om precies te begrijpen hoe hun inkomen wordt gewogen. De Belastingdienst rekent met modelberekeningen, maar de werkelijkheid kan afwijken.
- Verdwenen toeslag: Sommige ouders ontdekken dat hun toeslag plotseling lager is of zelfs vervalt, terwijl hun situatie niet is veranderd. Dit komt doordat de toets strenger is dan de vorige systematiek.
- Administratieve rompslomp: Het bijhouden van wijzigingen in inkomen of samenlevingsvorm is crucialer dan ooit. Een verkeerde opgave kan leiden tot een forse naheffing.
- Conflicten in relaties: Omdat de toeslag nu meer afhangt van het inkomen van de individuele aanvrager, kan dit spanning geven in een relatie. Wie vraagt de toeslag aan? Hoe verdelen we de opvangkosten?
Wat kun je als ouder doen?
Hoewel de regels strenger zijn, hoef je niet bij de pakken neer te zitten. Er zijn stappen die je kunt nemen om grip te houden op je financiën.
Check je samenlevingscontract. Zorg dat de afspraken over geld en eigendommen up-to-date zijn.
Als je contract verouderd is, kan dit problemen geven bij de controle. Gebruik de rekenhulp. De Belastingdienst heeft een tool op hun website waarmee je kunt berekenen wat je ongeveer krijgt. Dit is geen garantie, maar geeft een indicatie.
Voorspel je inkomen. De toeslag wordt vastgesteld op basis van een schatting van je inkomen voor het komende jaar. Wees realistisch. Als je inkomen hoger uitvalt dan gedacht, moet je een deel van de toeslag terugbetalen.
Zoek advies bij twijfel. Als je er zelf niet uitkomt, schakel dan hulp in. Dit kan een boekhouder zijn of een juridisch adviseur, vooral als je situatie complex is (bijvoorbeeld bij flexwerken of een eigen bedrijf).
Conclusie
De combinatie van een samenlevingscontract en kinderopvangtoeslag is in 2024 ingewikkelder geworden.
De invoering van de woon- en inkomenstoets vraagt om meer aandacht voor je financiële administratie en de afspraken die je met je partner maakt. Het doel van de overheid is om de toeslag eerlijker te verdelen, maar in de praktak zorgt dit voor meer regelwerk voor jou als ouder. Door op de hoogte te blijven van de inkomensgrenzen en je contract op orde te hebben, kun je toch optimaal profiteren van de beschikbare ondersteuning.
